Wat zijn de doelstellingen van CMK-3?

Cultuureducatie met kwaliteit

Op 11 mei 2020 heeft het Fonds voor Cultuurparticipatie de subsidieregeling Cultuureducatie met kwaliteit 2021-2024 (CMK-3) bekendgemaakt. Onderstaande tekst is een samenvatting van deze regeling. Je kunt deze samenvatting ook downloaden als pdf. De regeling is op 18 mei gepubliceerd in de Staatscourant.

    Doel van de regeling
    De regeling borduurt voort op de vorige CMK-regeling (2017-2020) en heeft als centrale doelstelling: “Het duurzaam versterken van de kwaliteit van de cultuureducatie mede door middel van intensieve samenwerking tussen onderwijs en de culturele sector.”
    Daarbij dient speciale aandacht te zijn voor het vergroten van de kansengelijkheid voor leerlingen. De samenwerking moet gestoeld zijn op een onderwijskundige visie op cultuureducatie en dient de culturele ontwikkeling van het kind centraal te stellen.

    De twee hoofddoelen van de regeling zijn:
    – Duurzame kwaliteitsverbetering van cultuureducatie door samenwerking tussen scholen met de culturele omgeving. Het gaat om het verbeteren van de kwaliteit van de scholen die reeds deelnemen aan de regeling. Daarnaast dient er de komende periode intensief ingezet te worden op scholen die nog niet meedoen aan de regeling.
    – Deskundigheidsbevordering. Het vergroten van de professionalisering van leerkrachten en docenten van culturele partners ten aanzien van cultuureducatie.

    Hiernaast benoemt de regeling drie facultatieve subdoelen:
    – De ontwikkeling van een doorlopende leerlijn voor cultuureducatie van primair onderwijs naar voortgezet onderwijs.
    – Cultuureducatie verbinden met andere vakken.
    – Aansluiting van binnen- en buitenschools om daarmee de culturele omgeving dichter bij de leerling te brengen.

    De lokale situatie
    Een belangrijke wijziging ten opzichte van de voorgaande jaren is dat in de komende periode meer ruimte is om in te zetten op de eigen lokale situatie. Hiertoe is de regeling verbreed met het voortgezet onderwijs en is de aparte regeling voor muziekonderwijs nu in de CMK-regeling geïntegreerd. De regeling biedt de mogelijkheid om te werken aan verbetering van het cultuuronderwijs op de verschillende niveaus van het voortgezet onderwijs. Het zwaartepunt van de inspanningen moet wel blijven liggen in het primair onderwijs.

    Financiën
    De aan het Fonds voor Cultuurparticipatie gevraagde subsidie bedraagt de som van het aantal inwoners vermenigvuldigd met €0,79 per jaar. Dit bedrag wordt gematcht door de provincie of gemeente. Peildatum van het aantal inwoners is 1 januari 2019.
    Het door provincie of gemeente gematchte bedrag mag niet afkomstig zijn uit de onderwijsmiddelen die scholen van het rijk ontvangen. Evenmin kunnen de middelen die verbonden zijn aan de Brede regeling combinatiefuncties als matching worden opgevoerd.
    Indirecte matching is ook deze periode toegestaan.
    Om deel te nemen aan CMK moeten scholen een financiële bijdrage leveren. De financiële bijdrage van de scholen staat los van de matchingsgelden en wordt apart inzichtelijk gemaakt. De scholen kunnen een bijdrage leveren door daadwerkelijk een financieel bedrag beschikbaar te stellen of (net zoals voorgaande periode) middels gekapitaliseerde uren.
    De aanvraag beschikt over een adhesieverklaring van de betrokken provincie of gemeente. Per gemeente of provincie is in deze regeling bepaald hoeveel middelen er per aanvraag beschikbaar zijn.

    Aanvraag en beoordeling
    Penvoerders kunnen tot 2 november 2020 een aanvraag indienen bij het Fonds voor Cultuurparticipatie.

    Het Fonds beoordeelt de aanvragen op de volgende criteria:
    – In hoeverre het plan voortborduurt op de reeds ontwikkelde activiteiten voor cultuureducatie. Belangrijk is om daarin te onderscheiden hoe de continuering verloopt van scholen die al mee doen, en anderzijds het bereiken van nieuwe scholen.
    – In hoeverre het plan gericht is op verankering van cultuureducatie op de school. Er wordt gekeken naar de mate van betrokkenheid van scholen bij de planvorming en de manier waarop bij de scholen visievorming, deskundigheid en samenwerking met de culturele omgeving vorm krijgt.
    – Er wordt gekeken naar de kwaliteit van de aanvraag in zijn algemeenheid.

    Rol van Kunstgebouw
    Kunstgebouw neemt als penvoerder een aantal taken voor zijn rekening. Deze taken bestaan uit: kennisdeling, monitoring en evaluatie van de activiteiten waarvoor subsidie is verstrekt. Daarbij is de penvoerder verplicht samen te werken met één of meerdere instellingen voor hoger onderwijs. Een belangrijke taak is de jaarlijkse verantwoording. Kunstgebouw neemt daarin de regie in samenwerking met de regio’s. De financiële verantwoording zal worden aangevuld met een verantwoording op de bereik -en prestatieafspraken. In jaar 2 (2022) en in jaar 4 (2024) zal de penvoerder de financiële verantwoording en de verantwoording op prestatieafspraken vergezellen van een inhoudelijk voortgangsverslag.