Lesgeven in tijden van corona

Column van Sander van den Brink

Sander van den Brink is theatermaker en dramadocent. Toen de scholen dicht gingen moest hij razendsnel bedenken hoe hij zijn pabo-studenten digitaal kon inspireren. Hoe vervang je het podium door de webcam? En hoe krijg je interactie? Lees in deze column hoe Sander transformeerde naar Freek Stronk.

Bam! We zijn dicht. De coronacrisis heeft toegeslagen. Cultuur op zijn gat, onderwijs dicht, maar digitaal zijn we opener dan ooit. Op de Pabo van InHolland in Den Haag was er al een groot aantal digitale studenten, dus de infrastructuur was in orde. Studenten werken digitaal aan de kennis en vaardigheden en passen deze in de praktijk toe. Zo ook voor de kunstvakken. Dat is altijd een spannend werkveld, want hoe ervaar je een dramales vooral? Door te doen! Juist! En voorheen, voor maart 2020, konden studenten de ontwikkeling van de vaardigheden op de opleiding afronden of waren de kunstvakken juist in bijeenkomsten op de opleiding aanwezig om handvatten en begeleiding te bieden. Maar nu… nu dus 100 procent digitaal.

De eerste dag was er de verbazing. Hoe ga ik dit doen? Maar gelukkig was er een warm welkom vanuit het volledige kunstenveld. In één klap was het klaar met de embargo’s, auteursrechten en licenties! Het hele kunstenveld, of minimaal 50 procent, heeft zijn digitale deuren geopend. Voorstellingen kwamen online, lesideeën van theatermakers, musea filmden de hele collectie en nog steeds terwijl ik dit schrijf zie ik nieuwe initiatieven verschijnen. Delen is het nieuwe hebben! Beschermen van wat gemaakt is, is zó februari 2020.

Hier kon ik twee weken mee vooruit. Good practices laten zien, mezelf laten inspireren en de studenten inspireren met opties die ze zelf digitaal konden aanbieden. Stap twee was het aanpassen van ons onderwijs. Een voorstellingsbezoek om de receptieve vaardigheid te ontwikkelen werd vervangen door een digitaal bezoek. De ervaring is duidelijk anders. Je mist de geur van het pluche, het zweet van de acteurs, geluid dat weerkaatst tegen de muren, dat trappende beentje van een kind achter in je stoel en vooral het samen emotioneel beleven en ademen in de zaal. Maar toch, door digitaal de voorstellingen te bekijken kun je het samen weer over de inhoud hebben.

Daarna wilde ik toch ook echt zelf aan de slag, want ook ik zou achter die camera gaan kruipen. Vakspecifieke termen uitleggen, dat ging wel lukken, maar hoe krijg ik die interactie? Opdrachten verzinnen om de studenten aan het werk te zetten was lastiger. Ik bedacht Bert. Bert de bloemenman. Bert was mijn digitale teacher-in-role alter ego. Bert brengt bloemen, maar brengt deze met de emotie van de verzender erbij. Het grote nadeel en hetgeen ik het meeste mis: de interactie. Radio presenteren leek me altijd heel mooi en dat is precies hoe de eerste les ging: zenden, zenden, zenden. En de interactie? Nul, komma, nul. De lessen hebben qua interactie een hoog ‘Dora, the explorer’ gehalte. Ik weet tenslotte niet wat er aan de andere kant van het scherm gebeurt.

Revenge! Met de collega’s maakten we een introductie op het ontwerpen van de hoeken bij de kleuters. Hoe konden we dit ludiek openen? Snel schoot ik mijn verkleedkleren aan en transformeerde ik naar Freek Stronk (de tuinversie van Freek Vonk) die in de tuinhoek – want die had ik voorhanden – de theorie op ludieke wijze toepaste. Hierna gingen we in breakout-rooms uit elkaar, lieten de studenten briefjes met antwoorden op de webcam zien en gaven ze feedback in de chat. Het directe instructiemodel was semi-digitaal gemaakt en er was een beetje meer interactie. En volgende week? Volgende week gaan de studenten op de webcam actief meedoen. Al is de angst om de webcam aan te zetten groot, maar dat is niet anders dan anders, alleen toen noemden we de webcam podium. Het kleine minimale beetje interactie dat mogelijk is gaan we in eenzaamheid ervaren. En ik hoop dat we digitaal zo veel materiaal met elkaar blijven delen, ook na deze crisis.