“Verhalen verbinden ons, ongeacht in welke vorm je ze giet”

Interview met Romana Vrede
Foto: Benny Stroet

Cultuuronderwijs en -participatie zijn essentieel voor onze emotionele en creatieve ontwikkeling. Door naar kunst te kijken, kunst te maken en cultureel erfgoed te beleven, leer je jezelf en de wereld om je heen beter kennen. Voor het 25-jarig bestaan van Kunstgebouw vragen we zes prominente Nederlanders wat de waarde is van cultuur in hun leven. Dit keer: Romana Vrede, schrijver, theatermaker en acteur.

“Mijn moeder zat in een Surinaams muziektheatergezelschap, waardoor ik de kunst van het verhalen vertellen van huis uit heb meegekregen. Muziek was daar ook een onderdeel van. Als gezin luisterden we eindeloos naar artiesten als Nat King Cole, Bob Marley en Diana Ross. Onze moeder leerde het gezin om écht te luisteren: alles werd geanalyseerd, van het gebruik van de stemmen tot de tekst. Door artiesten als deze leerde ik hoe je een gevoel kunt overbrengen dat iedereen kan voelen en begrijpen.

In ons gezin kwam kunst vooral in een fysieke vorm tot uiting: ik zat op klassiek ballet, m’n broers deden aan karate en bodybuilding en mijn zus zat op schoonspringen. We zijn in Nederland geneigd om op een westerse manier naar kunst te kijken, maar in mijn opvoeding was die benadering ruimer en wereldser. Karate bijvoorbeeld, wordt in Japan gezien als hoge kunst. Ik zag daarom wat mijn broers en zus deden niet zozeer als sport, maar vooral als fysieke performance art.”

Verhalen vertellen

“Mijn eerste ervaring met toneelspelen begon bij de SKVR waar ik mee deed aan theatervoorstellingen voor amateurs. Bij de SKVR kun je van alles doen: schilderen, acteren, dansen of een cursus graffiti art. Al die verschillende kunstuitingen geven je de ruimte om een verhaal te vertellen. Iets dat belangrijk is, emotioneel of urgent. Hoe maakt niet uit, als je maar iets te melden hebt. Verhalen vertellen zit tenslotte in ons DNA en verbindt ons, ongeacht in welke vorm. Ik koos voor dans en acteren.

Rond mijn twintigste kwam kunst in mijn leven zoals ik het nu ken. Ik studeerde geschiedenis en sociologie, en sloot me aan bij een gezelschap voor theaterimprovisatie. Daarnaast danste ik in clubs als Parkzicht, Nighttown en Now&Wow en was ik model. Alles was nieuw in die tijd en niets was te gek, zolang het maar theatraal was. Acteren of performen was voor mij geen grote noodzaak. Ik deed het gewoon omdat ik het leuk vond en omdat ik er goed in was. Ook de toneelschool was een probeersel en toevallig werd ik aangenomen. Ik ben nu acteur en theatermaker, maar ik had net zo goed danser kunnen zijn geworden.”

Obsessieve liefde

“Ik heb een obsessieve liefde voor kunst in het algemeen. Door kunst word je ontroerd, verrast of verbaasd en zie je het leven in een ruimer perspectief. Mijn zoon Charlie, die autisme en een verstandelijke beperking heeft, kan ook enorm van kunst genieten. In het museum wil hij het liefst alle werken aanraken, en van muziek komt hij meteen in beweging. Hij is dol op de voorstellingen van Jetse Batelaan, de artistiek leider van Artemis. Het doet echt iets met hem. In museum Boijmans van Beuningen gingen we een zomer lang elke zaterdag naar de ‘knuffelkamer’ van de Japanse kunstenares Yayoi Kusama. Dat vond hij magisch.

Door kunst realiseer ik me telkens weer dat er meer is tussen hemel en aarde. Juist het wonderlijke gebied er tussenin dat je denkwijze beïnvloedt, vind ik interessant. Neem het schilderij Ceci n’est pas une pipe van Magritte: als je ernaar kijkt, komen er meteen allerlei vragen omhoog. Wat is er werkelijk aan de hand, waar kijk ik naar en wat vind ik ervan? Met acteren werkt het precies zo: omdat je je in andere personages moet kunnen inleven, word je gedwongen anders naar de wereld te kijken en heb je minder snel een oordeel klaar.”

Diversiteit

“Omdat ik telkens verhalen van andere mensen vertel, is diversiteit en inclusiviteit ook onderdeel van mijn leven. Ik zorg actief dat er meer diversiteit komt in de kunstsector. Het probleem signaleren en alert zijn is niet meer voldoende. In mijn werk stel ik telkens de vraag: hoe zorg ik dat mijn cast & crew divers is over de gehele linie, hoe divers is de club waarvoor ik ga werken of is het blad waarvoor ik word geïnterviewd? Daarbij zet ik me te allen tijde in voor podiumkunstenaars met een bi-culturele achtergrond. Dat kan gaan over het regelen van een goede stageplek tot advies over het vak, of gewoon om een wandeling voor een goed gesprek. Waar ik kan helpen, help ik.

Nu de theaters al zo lang dicht zijn, mis ik vooral het contact met het publiek. Theater is immers een middel om te verbinden: je zit dicht bij elkaar en deelt gemeenschappelijk een ervaring. Nu moeten we één op één de straat op en mogen niet meer dicht bij elkaar zijn. Op anderhalve meter komt niks over, er is niet echt contact. Toch ga ik door met verhalen vertellen. Momenteel werk ik met het Nationale Theater en de VPRO aan een tv-uitzending en een podcast. Daarin laat ik de verhalen horen van alle verzetsstrijders – wit, bruin en zwart – ten tijde van de Trans-Atlantische en de Oost-Indische slavernij. Die helden kennen we niet; we weten alleen dat de slavernij vooral een donkere bladzijde was in onze geschiedenis. Maar op die manier houden we deze bijzondere mensen ook in het duister. Het geeft me juist kracht hen in het spotlicht te zetten. In moeilijke tijden is er altijd plek voor moed, hoop en bewondering.”

Datum: 6 mei 2021
Tekst: Cathelijne Beijn

Meer informatie over Tijd zal ons leren
logo 25 jaar

Lees ook de interviews met:

Tina Rahimy, politiek-filosoof, onderzoeker en schrijver. “Breng scherpte in je blik”
Meindert Stolk, gedeputeerde Zuid-Holland. “Nu worden mensen zich bewust van het belang van ons culturele landschap”
Mavis Carrilho, consultant en coach. “Cultuur houdt ons een spiegel voor”
Sandrine van Noort, curator en conservator van het LUMC. “Zonder kunst is het leven maar saai”
Winfried Baijens, radiomaker en presentator bij de NOS. “Kunst trekt je voor even uit de harde werkelijkheid”